Kom, meisjes, help mij klagen…

Over de dochter Zion en de bruiloft van het Lam.

U herkent het misschien: De eerste akkoorden van het openingskoor van de Matthäuspassion klinken. Alleen al door het stuwende ritme schiet je gemoed vol. Je wordt in de muziek getrokken en als dan het koor begint te zingen: ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen’, ben je vertrokken: Het klinkt fantastisch, je voelt dat er grootse dingen staan te gebeuren, maar waar gaat dit koor eigenlijk over?
– Wie is er hier aan het woord?
– Wie zijn die ‘Dochters’ die moeten helpen met klagen?
– En waarover precies ?

Je pakt het tekstboekje er nog eens bij, maar dat helpt je ook niet veel vooruit: De hoofdpersoon schijnt ‘Zion’ of de dochter (van) Sion te heten. Misschien moet je denken aan the Matrix, of weet je nog dat het een oude naam is voor Jeruzalem. Maar ja, wat wil dat dan zeggen? Je leest de toelichting in het tekstboekje en wordt erop gewezen dat Jezus op de via dolorosa ooit wenende vrouwen heeft aangesproken als ‘dochters van Jeruzalem’.1 Maar dat helpt je ook niet veel vooruit. Hier lijkt Zion (Sion) toch eerder de naam van een vrouw te zijn, die op het punt staat om te trouwen, maar die zich zorgen maakt over de bruidegom (Sehet! – Wen? – Der Bräutigam). Er is iets met hem aan de hand. Maar wat dan? En net als je daarover wilt gaan nadenken verspringt het beeld en gaat het verder over het lam Gods en beginnen de jongenssopranen een koraal te zingen (een Duitse versie van het Agnus Dei). Wat is dat toch voor een rare tekst?

Zo vreemd en duister als wij deze tekst vinden, zo vanzelfsprekend en helder was die voor Bach en de toenmalige kerkgangers.

De dochter Zion (Sion)

In Bachs tijd geldt het omgekeerde van vandaag: Die ‘Dochter Sion’: wie kent haar niet?!
Al was het maar van het bekende lied Wachet auf ruft uns die Stimme. Daar hoort zij, Sion, de wachters zingen (Zion hört die Wächter singen (couplet 2). En dat doet ‘haar hart van vreugde springen‘. De hele strofe vindt u bij de bespreking van de gelijknamige cantate, BWV 140. Dit is de tekst die meeklinkt in het beroemde Schübler-koraal voor orgel. (Realiseren de organisten die die muziek uitvoeren zich dat eigenlijk wel?)

Waarom springt het hart van Sion op van vreugde als ze de Wachters hoort zingen? Omdat haar vriend eraan komt: haar lief, haar bruidegom… Ja, en nu mag u zich laten gaan, echt waar: U mag wegvaren op een zee van associaties, als ze maar bijbels zijn. Dat deed men in Bach’s tijd namelijk ook. — Dus denk aan de gelijkenis van Jezus over de wijze en dwaze (2×5) bruidsmeisjes die op de bruidegom wachten. Hoewel het in de gelijkenis zelf niet staat is er geen enkel bezwaar om de onbekende bruid Sion te noemen en de bruidsmeisjes te herdopen tot ‘dochters van Jeruzalem’. Dit is precies wat Nicolai in zijn lied doet. Maar ga verder, ga door. Dat deed Nicolai ook, en met hem elke prediker in Bachs tijd. — ‘Verheug u dochter Sion, jubel dochter Jeruzalem, want uw koning komt tot u…’ Dat is de Messiaanse profetie uit het Eerste Testament die Mattheüs citeert om Palmpasen te duiden: Jezus is de koning, en Sion zijn geliefde stad. — En als het over ‘klagen’ gaat: Waarom niet denken aan de Klaagliederen van Jeremia (Lamentationes), waar de ‘dochter Sion’ (al lang geen jonge bruid meer, maar een ten dode bedroefde weduwe) wenend terneerzit bij de puinhopen van de eens zo glorieuze stad, waar God woonde bij de mensen. En kijk: zij roept de omstanders op om met haar te klagen… Voelt u hoe de textuur verdicht en elke nieuwe associatie betekenis toevoegt — En denk dan tenslotte aan het verliefde meisje uit het Hooglied, dat rondzwerft in Jeruzalem, op zoek naar haar lief. Zij is het die letterlijk de ‘dochters van Jeruzalem’ (haar vriendinnen met wie ze haar angsten en vreugden deelt) oproept om haar te helpen zoeken. Ze kan hem niet vinden, ze is bang dat hem iets overkomen is…

Het verliefde meisje uit het Hooglied

Ja, u moet vooral aan dat meisje denken, want sinds Bernardus van Clairvaux in de 12de eeuw 86 preken over dit bijbelboek hield, is dit een centraal boek voor de zelfinterpretatie van de kerk als de ‘bruid van Christus’ en is de vurige liefde tussen beide een beeld geworden voor de passie van Christus.

Een eindeloze stroom meditaties, gedichten, liederen, en motetten bezingt dat liefdesverbond. Elk fysiek détail uit het Hooglied (van hij kusse mij met de kussen van zijn mond tot de wanhopige speurtocht naar de verloren geliefde kreeg een allegorische betekenis, altijd verwijzend naar de innige relatie tussen de gelovig en Christus). Heel de passie (in de dubbele betekenis van dit woord: lijden en hartstocht) werd hierin gelezen. Hoogtepunt daarin vormt de oproep uit Hooglied 3, waar volgens deze allegorische interpretatie het lijden van Christus al wordt geëvoceerd (de doornenkroon. Zijn moeder wordt in deze uitleg dan de ‘synagoge’, ja, het anti-judaïsme is nooit ver):

Kom, dochters van Sion, aanschouw koning Salomo,-
zie hem met de kroon waarmee zijn moeder hem heeft gekroond
op de dag van zijn bruiloft,
op de dag van zijn hartstochtelijke vreugde!

Hooglied 3, vers 11

Christus als de ‘bruidegom der ziel’ (Ruusbroec is niet ver weg). Niet omdat de ziel, de mens, de gelovige (de bruid) het heeft verdiend, maar puur uit liefde van Christuswege: Nigra sum, sed formosa (Het is zijn liefde voor haar die haar doet stralen). Wat Bernardus in het klooster zijn broeders op het hart probeerde te binden, ging in de Lutherse traditie vanaf de kansel in de stadskerk over op de gehele gemeenschap van gelovigen. Het verliefde meisje uit het Hooglied werd het beeld van iedere gelovige. Het verlangen en gemis dat het meisje uit het Hooglied soms tot wanhoop drijft (‘Waar is mijn geliefde heen gegaan?’) het is een vast homiletisch ingedriënt van de verkondiging. Haar extase als ze haar geliefde vindt en één met hem wordt, gemeenschap (communio) met hem heeft, idem dito. 2

hooglied

De bruiloft van het Lam

De rest kunt u nu zelf invullen : De bruidegom is Christus. Hij – zo is de opvatting van de kerk – verwerft zich zijn bruid door ‘zijn leven voor hen te geven’. De talloze verwijzingen naar ‘het bloed van Christus’ duiden hierop en verwijzen tegelijk naar de eucharistie. En als de bruidegom waarop de bruid zo smartelijk wacht, in deze wereld ‘verschijnt’ (epifanie), dan kwalificeert Johannes de Doper in het Evangelie hem als ‘het lam Gods, dat de zonde, de schuld van de wereld wegdraagt’. Daarmee verbindt hij de levensgave van Christus met de offers die in de tempel worden gebracht, en wel in het bijzonder met het ‘Paaslam’ dat wordt geslacht op de vooravond van het Pesach-feest (een identificatie die in het scenario van de Johannespassie ook wordt voltrokken). U ziet de betekenissen zich nogmaals vermenigvuldigen. En dat is precies de bedoeling. Johannes de Ziener neemt tenslotte in de Apocalyps beide beelden (bruidegom en lam) samen als hij de ‘bruiloft van het Lam’ evoceert. In een visioen ziet hij ‘het Lam staan als geslacht’. En van alle windstreken stromen volkeren der aarde toe om zijn ‘bruiloft’ te vieren, het moment waarop hij verenigd wordt met zijn geliefde ‘gemeente’, d.w.z. allen die Hem lief zijn en die trouw zijn geweest (u kent hèt schilderij, no further explanation required).

De Passiegeschiedenis is een historisch gebeuren, zeker, maar wordt door ‘het reciteren’ op de Goede Vrijdag een actueel verhaal voor de mens van alle tijden. Tijdloos dus, en tijdbetrokken tegelijk. Het gaat over hoe God zich in Christus een weg baant naar de mensen, door liefde gedreven. En hoe Hij zich met de mensen verzoent, zich zijn ‘gemeente’ als een bruid verwerft door zijn leven voor hen te geven, als het ‘lam Gods dat de schuld van de wereld wegneemt’ (‘Sehet ihn! – Wie? – als wie ein Lamm’). Zijn dood – volgens de aloude leer van Anselmus: verzoening door voldoening – sluit de vrede tussen mens en God. Nun ist mein Herz zu Ruh’ gebracht… U hoeft het niet te geloven, of mag de beelden gedateerd vinden (en kwalijk zelfs), dat neemt niet weg dit wel de ‘sfeer’ is waarin de Mattheuspassie vanzelf spreekt. Ook Bach zelf voelde zich in dit ‘taalveld’ thuis.

Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, 
Sehet – Wen? – den Bräutigam,
Seht ihn – Wie? – als wie ein Lamm!
O Lamm Gottes, unschuldig
Am Stamm des Kreuzes geschlachtet,
Sehet, – Was? – seht die Geduld,
Allzeit erfunden geduldig,
Wiewohl du warest verachtet.
Seht – Wohin? – auf unsre Schuld;
All Sünd hast du getragen,
Sonst müßten wir verzagen.
Sehet ihn aus Lieb und Huld
Holz zum Kreuze selber tragen!
Erbarm dich unser, o Jesu!
Komt, gij dochters, helpt mij klagen
Ziet – wie ? – de Bruidegom,
Ziet Hem – hoe ? – als een lam
O Lam van God, onschuldig
Aan de stam van ’t kruis genageld,
Ziet – wat ? – zijn geduldige liefde
Altijd bleeft gij geduldig,
hoezeer gij werd vernederd.
Ziet – waarheen ? – op onze schuld
Gij hebt de schuld gedragen,
Anders moesten wij versagen.
Ziet hoe Hij uit liefde en gunst
zelf het kruishout draagt!
Erbarm u onzer, o Jezus.

Oh, ja, in de voorlaatste regels van de vrije tekst duikt nog een derde beeld op: het beeld van Isaac, die zelf het brandhout draagt waarop zijn vader Abraham hem straks zal offeren (bijna…). Al sinds mensenheugenis door de kerk gelezen als een ‘voorafschaduwing’ van het offer van Christus.

Vesper van Goede Vrijdag

Voor de kerkgangers in de Thomaskerk, die in april 1727 voor het eerst dit openingskoor hoorden was er dus geen woord chinees in het openingskoor. Zij herkenden de oproep van de ‘Sion’ aan de ‘gelovigen’ om haar te helpen bij het klagen. Zij weten ook dat de dochter Sion staat voor de bruid van Christus, de gemeenschap van gelovigen in haar pure en reine gestalte. Zij is a.h.w. het ideaalbeeld van de kerk. Als zij – zoals in dit openingskoor, maar het gebeurt nog enkele keren de Mattheüspassie – in gesprek is met ‘de gelovigen’ dan is dat een ‘tweegesprek van de kerk met zichzelf’, een zelfonderzoek. De afstand tussen het ideaalbeeld en de realiteit wordt er ook in gethematiseerd, net als in de koralen. Eigenlijk is de passie gewoon het muzikale deel van de Goede Vrijdagpreek, zoals u ook kunt zien in de liturgische opbouw van de Vesper. Tussen deel 1 en 2 van de Passie klinkt een lied (gebed) en een preek. De rol van het openingskoor is duidelijk: Het bepaalt de vergaderde gemeente er meteen bij dat tijdens deze Vesper geen verhaal van lang geleden gaat verteld worden (vrijblijvend), maar dat zij van begin tot eind – en op leven en dood – in de Passie van Christus zijn betrokken: Tua res agitur: Uw zaak wordt hier behandeld.

Het tekstboekje

Hieronder ziet u tenslotte de tekst van de Mattheüspassie, zoals die in 1729, na de tweede uitvoering door Chr. Fr. Henrici (alias Picander) gepubliceerd is.

Teksten voor de Passie-muziek, naar de
evangelist Mattheüs, op de Goede Vrijdag
tijdens de Vesper in de kerk van
Sint Thomas

Voor de Preek

U ziet daar (tweede slide, p. 101 van de dichtbundel) dat het openingskoor als een ‘aria’ wordt geboekt, een aria van de ‘Tochter Zion’ (Z) in gesprek met de ‘gelovigen’ (G). Zoals u kunt zien in de aanhef werd de muziek onderbroken door een preek (van een uur, maar dit terzijde), waarin de predikant ongetwijfeld op soortgelijke wijze – en in vergelijkbare taal – over de Passie van Christus zal hebben gemediteerd. Misschien dat hij enkele woorden uit de tekst naar voren haalde en van alle kanten ‘beproefde’ op zinvolle tekstverbanden, of dat hij stilstond bij een beeld, en dat van alle kanten probeerde te belichten, daarbij door de Bijbel surfend als was het een grote hypertext. En als de preek voorbij was ging in de muzikale preek (getoonzet door Bach) weer verder en nemen ‘Sion’ en de ‘gelovigen’ de draad van hun gesprek weer op, cirkelend rondom het mysterie van de Passie (het lijden en de liefde) van Christus. De oproep daarbij aan elkaar, is om de emotionele reflex (om het lijden te verhinderen, zijn sterven te voorkomen: ‘Lasst ihn, haltet, bindet nicht) te overstijgen door dit alles te bezien in het licht van de eeuwigheid: het is de prelude op de bruiloft van het Lam. Zijn dood schenkt ons het leven. Da schlafen uns’re Sünden ein.

14 maart 2021, Dick Wursten

  1. Dit is Hebreeuws idioom: ‘kinderen Israels’, ‘dochters van Jeruzalem’. ‘Belialskinderen’. Deze genitiefconstructie duidt op een nauwe betrokkenheid. Eigenlijk is Sion de naam van de berg waarop Jeruzalem is gebouwd en wordt het in het Oude Testament de koosnaam voor de ‘heilige stad’ – en dus haar inwoners via de genetiefconstructie []
  2. Over de allegorische uitlegging van het Hooglied schreef ik ooit een apart opstel. U kunt het hier lezen[]